woensdag 27 november 2013

Dag 5: Specialisatie Gebruik Digitale borden

Vandaag stonden we stil bij het gebruik van het digitale bord.
Doel van de dag: hoe kun je digiborden goed inzetten op verschillende niveaus.
We kregen vooraf veel artikelen om te lezen over de ontwikkelingen op dit gebied. Koos heeft tijdens zijn presentatie een aantal keer verwezen naar deze publicicaties. Deze heb ik hieronder schematisch weergegeven.

Wanneer zet je een digibord in?
Er is onderscheid te maken in instrumenteel en intentioneel gebruik. Wanneer je het gebruikt omdat je het nu eenmaal voor handen hebt; het bord wordt bij intentioneel gebruik vaak ingezet als vervanging van een krijtbord of beamer.
Op het moment dat je zelf het bewustzijn hebt wanneer je een bord hoe gebruikt, kun je hem pas functioneel inzetten. Intentioneel gebruik is dus bewust het digibord gebruiken en hiermee een meerwaarde te geven aan je les. Het gebruik is nuttig.

Ontwikkelfases in gebruik digiborden:
Beauchamp voor BECTA, (2004,2005)




Gebruik van het digibord in fases:
Dr. P.H.G. Fisser, Dr. G.J. Gervedink Nijhuis, UTwente (2007)

Klassenmanagement:
Dr. P.H.G. Fisser, Dr. G.J. Gervedink Nijhuis, UTwente (2007)

 Gedragsverandering bevorderen:
Lynn Voogt BSc: Haal meer uit het Digitale Schoolbord!

Vervolgens hebben wij een aantal filmpjes op Leraar24 bekeken met behulp van de kijkwijzer van Kennisnet.

Daarna zijn wij aan de slag gegaan met de specialisatieopdracht: ontwerp een tweetal lessen waarbij de leerkracht en leerlingen verantwoord gebruik maken van het digitale schoolbord.

In Inspiration hebben wij een opzet ontworpen, deze hebben we aan elkaar gepresenteerd.

Aangezien ik hoogstwaarschijnlijk deze specialisatie zal kiezen, zullen deze lessen later ook op mijn blog te vinden zijn.

Boekentip van deze les:

Handboek DigiBord & Didactiek












woensdag 20 november 2013

Dag 4: Voorbereiding Masterpiece en Coaching

Dag 4 begon met een inleiding door Koos over wat we kunnen verwachten van het te maken Masterpiece.
Een meesterstuk, wat is dat eigenlijk? Een eindproduct waar je trots op mag zijn. Natuurlijk is dit erg afhankelijk van je eigen startniveau, je einddoel en je kaders.

Je eigen masterpiece - volg je droom: wat wil je bereiken?
Belangrijk is het onderzoek dat ten grondslag ligt aan je masterpiece en het hierin aanwezige praktische component: wat kan je op school gebruiken en/of invoeren?
In de theorie wordt gezocht naar oorzaken en oplossingen die beïnvloed zijn door deze theorie.

Ter inspiratie hebben wij een filmpje gekeken van Sugata Mitra voor TED (SOLE): School in the Cloud'. 

Aan de hand hiervan werd ons ook een vraag gesteld en werden wij in groepjes aan het werk gezet.
Big Question: waarom doe je onderzoek op school en hoe zet je een goed onderzoek op/ welke eisen stel je hier aan?

Met Tom en Bram heb ik hierover van gedachten gewisseld. Wij kwamen op de volgende kreten:
  • Is je onderzoek kwalitatief of kwantitatief?
  • Belangrijk is dat je je onderzoek baseert op literatuur
  • Onderzoek doe je vanuit een probleemstelling. Je formuleert een probleemstelling, vanuit deze probleemstelling ga je onderzoeken. 
  • Je formuleert een einddoel: waar wil ik heen? 
  • Het doel moet SMART zijn. Welke relevante informatie kun je vinden?
Probleemonderstelling-onderzoeksplan-data-analyse:
  • Start vanuit vraag uit praktijk
  • Niet alleen verklaring zoeken, maar ook verbetering
  • Literatuuronderzoek (Bronvermelding)
  • Overdraagbare kennis: anderen moeten er ook wat aan hebben
  • Nulmeting: groei moet te meten zijn. 



 


 Coaching:

Na de lunch werden wij door Annelies weer even wakker geschud met een leuke energizer. Zonder te praten was het de bedoeling dat wij steeds in een lijn op goede volgorde gingen staan. Wanneer dit gaat op grootte van persoon, is dit te doen. Wanneer je op aantal jaren onderwijservaring moet gaan staan, is dit al lastig zonder communicatie.
Ook bij de opdracht om met je ogen dicht een opdracht uit te voeren (blaadje vouwen en scheuren), blijkt dat er veel ruimte is voor eigen interpretatie.
Dit had alles te maken met hetgeen Annelies ons onder de aandacht wilde brengen: doorvragen.

De krachtterm van vandaag: NIVEA - Niet Invullen Voor Een Ander
Met behulp van de stemkastjes van Turningpoint hebben we een aantal stellingen besproken waaruit duidelijk het verschil tussen feedback en kritiek bleek.

We hebben vervolgens theorie behandeld over effectief coachen, de verschillende leerstijlen binnen een team en de leerhulp die daarbij past.

We hebben om de theorie beter te laten beklijven een groepsopdracht gedaan met betrekking tot het Luisteren, Samenvatten en Doorvragen (LSD).
Er is 1 ondervraagde, alle overige deelnemers stellen een vraag. 
Nr 1 stelt een vraag, de ondervraagde geeft een antwoord. Nr 1 formuleert aan de hand van dit antwoord nog een vraag, ondervraagde geeft antwoord. Nr 2 vat de gegeven antwoorden samen. Nr 2 stelt een vraag, ondervraagde geeft antwoord. Nr 2 stelt nog een vraag en ondervraagde geeft antwoord. Nr 3 vat samen etc.

Hierna volgde nog wat theorie met betrekking tot het confronterend coachen en het GEGA model.

Vervolgens was het tijd om in actie te komen: we mochten zelf in groepjes coachingsgesprekken gaan oefenen.

Wat mij hierbij opviel is dat ik de neiging heb boven iemand te gaan staan wanneer het mijn taak is iemand ergens op aan te spreken; ook al ben ik mij hier erg van bewust, het was lastig om dat in deze opdracht anders te doen.
Wat wel erg prettig is, is het benoemen van de feiten, het gevoel dat jou dit geeft en effect dat dit heeft. Er moet vervolgens ruimte zijn voor een reactie en hier moet je naar luisteren. Doorvragen maakt dat de ander zich ook echt gehoord voelt. Een van de vragen kan zijn: "Wat maakt dat jij...", dit is minder aanvallend dan "Waarom doe jij...".
Zo kom je samen tot een oplossing waar beide partijen zich in kunnen vinden.

Ik vind het prettig dat deze module is opgenomen in de opleiding. Al zal ik niet dagelijks mensen begeleiden in de praktijk, het is erg handig om in ieder geval de kennis te hebben over hoe je door de juiste omgang met mensen veranderingen teweeg kunt brengen. De met ons besproken gespreksmodellen zullen ongetwijfeld dan ook goed van pas komen in de praktijk.

Om nog even in de sfeer te blijven: ook de mannen van Draadstaal hebben het confronterend coachen aardig onder de knie ;-)

maandag 4 november 2013

Dag 3: Samenwerkend leren

De dag begon met een presentatie van Jeroen. Via deze presentatie werd ons duidelijk gemaakt in hoeverre de manier van kennis overdragen en kennis vergaren in de loop van de jaren is veranderd. Waar vroeger een klassikale kennisoverdracht heel gebruikelijk was, worden kinderen nu op andere manieren bij hun eigen leerproces betrokken. De rol van leerkracht verschuift daarmee ook steeds meer van sturende leerkracht naar coachende leerkracht. Deze ontwikkeling vraagt wel wat van de leerkrachten: het blijkt vaak lastig om los te laten. Maar kinderen zijn goed in staat, mits zij goed begeleid worden, zelf richting te geven aan hun eigen leren.
Moderne media zijn een heel goed middel om in te zetten bij deze manier van leren. Het gegeven dat kinderen buiten school continu gebruik maken van deze digitale middelen en ze deze juist op school niet tot hun beschikking hebben, zet aan tot denken. Het is ons doel als leerkracht om kinderen later zo goed mogelijk te laten slagen in het leven. Als dat een leven vol digitale middelen is, moeten we ze daar dan niet juist mee helpen om te gaan?
Onderstaand schema van Kennisnet geeft mooi weer welke vaardigheden kinderen in de 21e eeuw nodig hebben. 



's Middags hebben wij direct de daad bij het woord gevoegd door animatiefilmpjes te maken met het programma 'I can Animate 2'. Voor we start mochten werd ons aan de hand van meerdere animatiefilmpjes door Guido Paap duidelijk gemaakt wat animatie is, waar het vandaan komt, en wanneer je dit kunt inzetten. Een animatiefilmpje is een filmpje dat ontstaat uit een aaneenschakeling van stilstaande beelden. Door deze versneld achter elkaar te laten zien, onstaat er beweging. Dit principe werd vroeger gebruikt bij de zoetrope. Bekende filmstudio's als Pixar hebben aan de hand van deze techniek hele films gemaakt. Een belangrijke regel bij animatie is vooral dat je een animatie alleen gebruikt wanneer het niet mogelijk is het op een andere manier in beeld te brengen. 
In kleine groepjes kregen wij vervolgens de opdracht een instructie in animatie te maken. Even waren we terug op de PABO: vellen papier, stiften, lijm, splitpennen: alles werd erbij gehaald en we konden aan de slag. Lekker knippen en plakken. Maar natuurlijk eerst met elkaar een onderwerp bedenken en een storyboard maken. Het animeren zelf bleek veel makkelijker dan gedacht: de software spreekt voor zich. Doordat we de resultaten direct met elkaar bekeken hebben, hebben we ook directe feedback waar je in de toekomst iets mee kunt. 
Voor de IPad en andere tablets zijn ook apps beschikbaar, die dit een goed uitvoerbare opdracht voor in de praktijk maken.
En naar ik inmiddels heb begrepen van mijn medestudenten, is dit ook al flink uitgeprobeerd.
Door zelf bezig te gaan, zie je in hoe betrokken je bezig bent met je leervraag en hoe veel je er dus van leert. Dit kunnen de kinderen ook zelf ervaren! Nadat ik zelf vandaag vol trots mijn animatie aan mijn groep heb getoond (hij sloot keurig aan bij een som in de rekenles), was de overheersende reactie: 'Wanneer gaan wij dat met de klas doen, juf?'.
Ik denk dat ik maar eens wat IPads moet gaan regelen....