zaterdag 21 december 2013

Dag 6: Specialisatie Mediawijsheid

We begonnen de dag met een presentatie Jeroen met betrekking tot mediawijsheid. We hebben de definitie van mediawijsheid zoals opgesteld door de Raad voor Cultuur besproken:

Mediawijsheid is het geheel van
- kennis
- vaardigheden en
- mentaliteit
waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld.

Ook hebben we nogmaals gekeken naar de 21st Century Skills:

Bron: www.kennisnet.nl

Aan de hand hiervan hebben wij het gehad over de vier competentiegroepen.


1. Gebruik Technisch gebruik en het bedienen van media(-apparatuur).

2. Kritisch begrip Het kritisch analyseren en evalueren van media-inhoud en het eigen mediagedrag (inclusief het zelf maken van media-inhoud en inzicht in de consequenties hiervan) en het begrijpen van de rol van media als instituut in de samenleving en het eigen leven.

3. Communicatie Actief, creatief en sociaal mediagebruik.

4. Strategie Keuzes maken op hoofdlijnen in het mediagebruik, begrijpen welk medium voor welke functie het meest geschikt is, zelfkennis.

Jeroen gaf ons vervolgens de opdracht op zoek te gaan naar informatie over onze studiegenoten op internet. Hiermee wordt de kracht van social media erg duidelijk. Er is zo veel informatie te vinden. Het is goed om je bewust te zijn van welke informatie er allemaal over jezelf is terug te vinden en hoe je hier zelf mee omgaat.

Hierna nam Guido het over van Jeroen. Met hem hebben wij vooral gekeken naar de verschuiving tussen van het protectionistische naar een meer constructieve manier van werken met media.

In het verleden zag men media vooral iets om afstand van te nemen. Men was:
- Moreel defensief
- Cultureel defensief
- Politiek defensief

Nu ziet men meer de positieve kant van media en wat je er mee kan in het dagelijks leven. Je kunt spreken van een constructieve benadering.

We hebben gekeken naar de rol van jongeren en in de moderne media: zij zijn steeds meer niet alleen consument, maar ook producent.

Ook hebben we stil gestaan bij de betrouwbaarheid van de media. Het is goed je bewust te zijn van de wijze waarop media gekleurd is. De nieuwsitems in het journaal zijn al door nieuwsmakers bekeken en er wordt voor jou bepaald wat jij wel en niet te zien krijgt in het nieuws. Een foto kan bewerkt zijn voor een dramatischer effect, een videofragment kan geknipt en bewerkt zijn. Dit hoeft niet erg te zijn, zolang je je er maar bewust van bent.

Naar mijn idee ligt dan ook juist hier een van de grootste taken van leerkrachten (en andere volwassenen): het is aan ons ervoor te zorgen dat kinderen zich hiervan bewust zijn, zodat zij niet alles wat zij in de media zien, voor waar aannemen.

Thuisopdracht:
  • Bestudeer een mediawijze kunstles op http://mediacultuur.net/lessen/
  • Beschrijf hoe het TPACK-model op deze les van toepassing is
  • Maak de les toepasbaar voor je eigen onderwijssituatie
  • Plaats een verslag hiervan op je blog
  • Wanneer je kiest voor de specialisatie Mediawijsheid, ontwerp je zelf een mediawijze kunstles voor jouw doelgroep.
De uitwerking van deze opdracht kun je hier bekijken.

We hebben vervolgens kennis gemaakt met Stichting De Frisse Blik. Zij bieden film- en mediawijsheidsprojecten aan, die draaien om ‘leren kijken‘.

Wij hebben zelf een opdracht uitgewerkt die gebaseerd was op het project 'Wat is Waar" van Stichting De Frisse Blik.

Opdracht:
Maak in een tweetal een reportage op basis van een thema (een geheim woord).
- spreek af wie filmt en wie interviewt.
- formuleer vooraf vragen
- breng goed in beeld wat je wilt vertellen, met rust voor en na de shot.
- monteer je materiaal terug tot ongeveer 3 minuten

Met Margreet kreeg ik het woord: ouderwets. Hier zijn wij mee aan de slag gegaan. We hebben vooraf bedacht hoe we dit in beeld wilde brengen. We kwamen al vrij snel op het idee om te starten met een shot van de HS Leiden en een voice over waarin werd verteld wat wij de studenten gingen vragen: wat zij van de opleiding en haar docenten vinden.

Omdat wij van mening waren dat er weinig ouderwets was aan de HS Leiden, besloten we te gaan manipuleren, zoals eerder besproken was aan de hand van een voorbeeld van een item van Hart van Nederland. We hebben de studenten niet gesouffleerd, maar wel andere vragen gesteld en deze antwoorden zo gemonteerd, zodat het lijkt op een direct antwoord op de vraag zoals in de eerdere voice over gesteld.

Door het flinke knip- en plakwerk kwamen we niet aan de 3 minuten, maar over het eindresultaat zijn wij wel te spreken. Zeker gezien de tijd die we ervoor kregen. De perfectionist in mij ziet uiteraard nog veel verbeterpunten, met name in de afwerking en de te gebruiken extra shots, technieken als muziek, gesproken tekst over een ander beeld etc.
Maar de feedback die wij kregen van de docenten was erg positief.
Bekijk hieronder het resultaat:

woensdag 27 november 2013

Dag 5: Specialisatie Gebruik Digitale borden

Vandaag stonden we stil bij het gebruik van het digitale bord.
Doel van de dag: hoe kun je digiborden goed inzetten op verschillende niveaus.
We kregen vooraf veel artikelen om te lezen over de ontwikkelingen op dit gebied. Koos heeft tijdens zijn presentatie een aantal keer verwezen naar deze publicicaties. Deze heb ik hieronder schematisch weergegeven.

Wanneer zet je een digibord in?
Er is onderscheid te maken in instrumenteel en intentioneel gebruik. Wanneer je het gebruikt omdat je het nu eenmaal voor handen hebt; het bord wordt bij intentioneel gebruik vaak ingezet als vervanging van een krijtbord of beamer.
Op het moment dat je zelf het bewustzijn hebt wanneer je een bord hoe gebruikt, kun je hem pas functioneel inzetten. Intentioneel gebruik is dus bewust het digibord gebruiken en hiermee een meerwaarde te geven aan je les. Het gebruik is nuttig.

Ontwikkelfases in gebruik digiborden:
Beauchamp voor BECTA, (2004,2005)




Gebruik van het digibord in fases:
Dr. P.H.G. Fisser, Dr. G.J. Gervedink Nijhuis, UTwente (2007)

Klassenmanagement:
Dr. P.H.G. Fisser, Dr. G.J. Gervedink Nijhuis, UTwente (2007)

 Gedragsverandering bevorderen:
Lynn Voogt BSc: Haal meer uit het Digitale Schoolbord!

Vervolgens hebben wij een aantal filmpjes op Leraar24 bekeken met behulp van de kijkwijzer van Kennisnet.

Daarna zijn wij aan de slag gegaan met de specialisatieopdracht: ontwerp een tweetal lessen waarbij de leerkracht en leerlingen verantwoord gebruik maken van het digitale schoolbord.

In Inspiration hebben wij een opzet ontworpen, deze hebben we aan elkaar gepresenteerd.

Aangezien ik hoogstwaarschijnlijk deze specialisatie zal kiezen, zullen deze lessen later ook op mijn blog te vinden zijn.

Boekentip van deze les:

Handboek DigiBord & Didactiek












woensdag 20 november 2013

Dag 4: Voorbereiding Masterpiece en Coaching

Dag 4 begon met een inleiding door Koos over wat we kunnen verwachten van het te maken Masterpiece.
Een meesterstuk, wat is dat eigenlijk? Een eindproduct waar je trots op mag zijn. Natuurlijk is dit erg afhankelijk van je eigen startniveau, je einddoel en je kaders.

Je eigen masterpiece - volg je droom: wat wil je bereiken?
Belangrijk is het onderzoek dat ten grondslag ligt aan je masterpiece en het hierin aanwezige praktische component: wat kan je op school gebruiken en/of invoeren?
In de theorie wordt gezocht naar oorzaken en oplossingen die beïnvloed zijn door deze theorie.

Ter inspiratie hebben wij een filmpje gekeken van Sugata Mitra voor TED (SOLE): School in the Cloud'. 

Aan de hand hiervan werd ons ook een vraag gesteld en werden wij in groepjes aan het werk gezet.
Big Question: waarom doe je onderzoek op school en hoe zet je een goed onderzoek op/ welke eisen stel je hier aan?

Met Tom en Bram heb ik hierover van gedachten gewisseld. Wij kwamen op de volgende kreten:
  • Is je onderzoek kwalitatief of kwantitatief?
  • Belangrijk is dat je je onderzoek baseert op literatuur
  • Onderzoek doe je vanuit een probleemstelling. Je formuleert een probleemstelling, vanuit deze probleemstelling ga je onderzoeken. 
  • Je formuleert een einddoel: waar wil ik heen? 
  • Het doel moet SMART zijn. Welke relevante informatie kun je vinden?
Probleemonderstelling-onderzoeksplan-data-analyse:
  • Start vanuit vraag uit praktijk
  • Niet alleen verklaring zoeken, maar ook verbetering
  • Literatuuronderzoek (Bronvermelding)
  • Overdraagbare kennis: anderen moeten er ook wat aan hebben
  • Nulmeting: groei moet te meten zijn. 



 


 Coaching:

Na de lunch werden wij door Annelies weer even wakker geschud met een leuke energizer. Zonder te praten was het de bedoeling dat wij steeds in een lijn op goede volgorde gingen staan. Wanneer dit gaat op grootte van persoon, is dit te doen. Wanneer je op aantal jaren onderwijservaring moet gaan staan, is dit al lastig zonder communicatie.
Ook bij de opdracht om met je ogen dicht een opdracht uit te voeren (blaadje vouwen en scheuren), blijkt dat er veel ruimte is voor eigen interpretatie.
Dit had alles te maken met hetgeen Annelies ons onder de aandacht wilde brengen: doorvragen.

De krachtterm van vandaag: NIVEA - Niet Invullen Voor Een Ander
Met behulp van de stemkastjes van Turningpoint hebben we een aantal stellingen besproken waaruit duidelijk het verschil tussen feedback en kritiek bleek.

We hebben vervolgens theorie behandeld over effectief coachen, de verschillende leerstijlen binnen een team en de leerhulp die daarbij past.

We hebben om de theorie beter te laten beklijven een groepsopdracht gedaan met betrekking tot het Luisteren, Samenvatten en Doorvragen (LSD).
Er is 1 ondervraagde, alle overige deelnemers stellen een vraag. 
Nr 1 stelt een vraag, de ondervraagde geeft een antwoord. Nr 1 formuleert aan de hand van dit antwoord nog een vraag, ondervraagde geeft antwoord. Nr 2 vat de gegeven antwoorden samen. Nr 2 stelt een vraag, ondervraagde geeft antwoord. Nr 2 stelt nog een vraag en ondervraagde geeft antwoord. Nr 3 vat samen etc.

Hierna volgde nog wat theorie met betrekking tot het confronterend coachen en het GEGA model.

Vervolgens was het tijd om in actie te komen: we mochten zelf in groepjes coachingsgesprekken gaan oefenen.

Wat mij hierbij opviel is dat ik de neiging heb boven iemand te gaan staan wanneer het mijn taak is iemand ergens op aan te spreken; ook al ben ik mij hier erg van bewust, het was lastig om dat in deze opdracht anders te doen.
Wat wel erg prettig is, is het benoemen van de feiten, het gevoel dat jou dit geeft en effect dat dit heeft. Er moet vervolgens ruimte zijn voor een reactie en hier moet je naar luisteren. Doorvragen maakt dat de ander zich ook echt gehoord voelt. Een van de vragen kan zijn: "Wat maakt dat jij...", dit is minder aanvallend dan "Waarom doe jij...".
Zo kom je samen tot een oplossing waar beide partijen zich in kunnen vinden.

Ik vind het prettig dat deze module is opgenomen in de opleiding. Al zal ik niet dagelijks mensen begeleiden in de praktijk, het is erg handig om in ieder geval de kennis te hebben over hoe je door de juiste omgang met mensen veranderingen teweeg kunt brengen. De met ons besproken gespreksmodellen zullen ongetwijfeld dan ook goed van pas komen in de praktijk.

Om nog even in de sfeer te blijven: ook de mannen van Draadstaal hebben het confronterend coachen aardig onder de knie ;-)

maandag 4 november 2013

Dag 3: Samenwerkend leren

De dag begon met een presentatie van Jeroen. Via deze presentatie werd ons duidelijk gemaakt in hoeverre de manier van kennis overdragen en kennis vergaren in de loop van de jaren is veranderd. Waar vroeger een klassikale kennisoverdracht heel gebruikelijk was, worden kinderen nu op andere manieren bij hun eigen leerproces betrokken. De rol van leerkracht verschuift daarmee ook steeds meer van sturende leerkracht naar coachende leerkracht. Deze ontwikkeling vraagt wel wat van de leerkrachten: het blijkt vaak lastig om los te laten. Maar kinderen zijn goed in staat, mits zij goed begeleid worden, zelf richting te geven aan hun eigen leren.
Moderne media zijn een heel goed middel om in te zetten bij deze manier van leren. Het gegeven dat kinderen buiten school continu gebruik maken van deze digitale middelen en ze deze juist op school niet tot hun beschikking hebben, zet aan tot denken. Het is ons doel als leerkracht om kinderen later zo goed mogelijk te laten slagen in het leven. Als dat een leven vol digitale middelen is, moeten we ze daar dan niet juist mee helpen om te gaan?
Onderstaand schema van Kennisnet geeft mooi weer welke vaardigheden kinderen in de 21e eeuw nodig hebben. 



's Middags hebben wij direct de daad bij het woord gevoegd door animatiefilmpjes te maken met het programma 'I can Animate 2'. Voor we start mochten werd ons aan de hand van meerdere animatiefilmpjes door Guido Paap duidelijk gemaakt wat animatie is, waar het vandaan komt, en wanneer je dit kunt inzetten. Een animatiefilmpje is een filmpje dat ontstaat uit een aaneenschakeling van stilstaande beelden. Door deze versneld achter elkaar te laten zien, onstaat er beweging. Dit principe werd vroeger gebruikt bij de zoetrope. Bekende filmstudio's als Pixar hebben aan de hand van deze techniek hele films gemaakt. Een belangrijke regel bij animatie is vooral dat je een animatie alleen gebruikt wanneer het niet mogelijk is het op een andere manier in beeld te brengen. 
In kleine groepjes kregen wij vervolgens de opdracht een instructie in animatie te maken. Even waren we terug op de PABO: vellen papier, stiften, lijm, splitpennen: alles werd erbij gehaald en we konden aan de slag. Lekker knippen en plakken. Maar natuurlijk eerst met elkaar een onderwerp bedenken en een storyboard maken. Het animeren zelf bleek veel makkelijker dan gedacht: de software spreekt voor zich. Doordat we de resultaten direct met elkaar bekeken hebben, hebben we ook directe feedback waar je in de toekomst iets mee kunt. 
Voor de IPad en andere tablets zijn ook apps beschikbaar, die dit een goed uitvoerbare opdracht voor in de praktijk maken.
En naar ik inmiddels heb begrepen van mijn medestudenten, is dit ook al flink uitgeprobeerd.
Door zelf bezig te gaan, zie je in hoe betrokken je bezig bent met je leervraag en hoe veel je er dus van leert. Dit kunnen de kinderen ook zelf ervaren! Nadat ik zelf vandaag vol trots mijn animatie aan mijn groep heb getoond (hij sloot keurig aan bij een som in de rekenles), was de overheersende reactie: 'Wanneer gaan wij dat met de klas doen, juf?'.
Ik denk dat ik maar eens wat IPads moet gaan regelen....


woensdag 30 oktober 2013

Blog opmaken

Vandaag heben we extra aandacht besteed aan de opmaak en indeling van je blog. Het toevoegen van labels zorgt ervoor dat bezoekers een makkelijke selectie kunnen maken en zo niet alle berichten hoeven te lezen.
De layout van je blog kun je zelf aanpassen. Er zijn standaard opmaken waar je uit kunt kiezen, maar je kunt deze vervolgens ook helemaal zelf weer aanpassen.
Het is leuk om je blog leuk aan te kleden: niet alleen tekst plaatsen, maar ook beeldmateriaal.
Omdat ik vorige keer vooral bij het embedden van een Youtube filmpje wat moeilijkheden ondervond, heb ik de aanwijzingen hieronder samengevat.

Embedden media:
Maak een nieuw bericht aan of open het bericht waar je een item in wilt embedden (insluiten). Zet de tekst eerst in HTML opmaak. Zoek vervolgens de insluitcode op en kopieer deze in de tekst.
In YouTube vind je deze insluitcode onder 'delen' en 'insluiten'.
Wanneer je het bericht opslaat en publiceert, zal de link zijn opgenomen in de bericht.



maandag 28 oktober 2013

Aardijkskundeles volgens TPACK

Afgelopen cursusdag kregen wij een opdracht mee: geef een les waarbij je ICT inzet volgens de theorie van TPACK.
In eerste instantie dacht ik dat deze opdracht toch niet zo heel moeilijk kon zijn. Ik geef mijn lessen regelmatig een leuke invulling. Hierbij maak ik veel gebruik van mijn digibord, voornamelijk door met behulp van filmpjes de lesstof te verduidelijken. Maar... gebruik ik het digibord dan niet gewoon als nieuwerwetse tv/video-installatie? Toch nog maar even de theorie erbij pakken dan. Vakinhoudelijke kennis: prima voor elkaar. Ik beheers de lesstof, heb de handleiding goed doorgenomen, dat is mooi. Didactische kennis: ik wil de kinderen graag betrekken bij de les door een werkvorm te kiezen die ze aanspreekt. Ik weet welke kinderen ik wellicht een extra aanzetje moet geven en hoe ik ze kan stimuleren. Hierover maak ik mij niet zo zorgen. Technologische kennis: tja, ik ben best handig met de computer. Maar hoe zet ik deze computer nu verantwoord in tijdens mijn lessen?
Ik heb besloten mijn les daarom redelijk simpel te houden. De invulling verschilt niet veel van wat ik anders wellicht ook zou doen. Uiteraard maak ik bij het voorbereiden van mijn lessen altijd al weloverwogen keuzes, nu heb ik over sommige zaken nog beter nagedacht. Ik denk dat het juist zinvol is om te kijken hoe mijn startsituatie is. Maak ik al de juiste keuzes, zet ik ICT al goed in, wat kan ik verbeteren of uitbouwen?
Tijdens het uitvoeren van onderstaande les merkte ik direct hoe betrokken de leerlingen waren. In die zin is het dus: missie geslaagd!


 
Aardrijkskunde groep 8 thema 1 Water: Tropisch regenwoud

Lesinhoud:
Deze les gaat over de tropische regenwouden in al zijn aspecten: er wordt dieper ingegaan over de ligging van de tropische regenwouden, de kenmerken en de eigenschappen ervan, de bewoners, het nut, de bedreiging en de rol van de westerlingen hierin.
Er wordt gewerkt met beeldend materiaal zodat de leerlingen een duidelijk visueel beeld krijgen van de tropische regenwouden. Ze zoeken vervolgens zelfstandig informatie op het internet en verwerken deze informatie door het maken van een muurkrant.
 

Lesdoelen Aardrijkskunde:
De leerlingen kunnen aan het einde van de les:
- de regenwouden bij benadering op een wereldkaart situeren
- met eigen woorden enkele eigenschappen en gegevens over het regenwoud weergeven.
- inzien dat het regenwoud een sterke invloed heeft op het milieu en zich op hun niveau een beeld vormen van de risico’s bij een massale vernietiging ervan
- zelfstandig beschikbare infobronnen raadplegen.
 

Lesdoelen ICT:
- De kinderen kunnen informatie zoeken via zoekmachines
- De kinderen weten welke informatie betrouwbaar is
- De kinderen kunnen teksten en afbeeldingen kopiëren en plakken in een Word-bestand.
Einddoelen ICT:
- De leerlingen kunnen zelfstandig leren in een door ICT ondersteunde leeromgeving.
- De leerlingen hebben een positieve houding tegenover ICT en zijn bereid ICT te gebruiken ter ondersteuning van hun leren. 


Meerwaarde gebruik ICT in deze les:Internet heeft men bij de hand; met internet werken betekent de wereld openen voor de leerlingen. Google Earth kan hier ook eventueel een steentje aan bijdragen. Doordat men specifiek kaartmateriaal kan gebruiken, krijgen de leerlingen een goed overzicht waar de tropische regenwouden te vinden zijn.
Al deze moderne technieken brengen de tropische regenwouden bijna écht naar de klas. Lessen gaan leven en spreken meer tot de verbeelding van de leerlingen.
Het lestempo ligt aanzienlijk hoger en dit bevordert de aandacht bij de leerlingen.
Door hen zelf te laten opzoeken, aan te duiden, open te laten klikken… kunnen ze actief participeren aan hun eigen leerproces.
Kortom, de leerlingen worden sterker aangesproken, worden meer betrokken en werken met een hogere motivatie. De efficiëntie van de les wordt sterk verhoogd.
 

Lesopening:
Google Earth op digibord openen. Wie kan ons meenemen naar het Tropisch regenwoud?
Hoe ziet dat er van boven uit? Wat valt ons op?
 

Opdracht: afmaken muurkrant. Welke informatie heb je hiervoor nodig? Welke aspecten moeten worden belicht?
- ligging
- flora/fauna
- oorspronkelijke bewoners
- oorzaak/gevolg houtkap diverse perspectieven (zie les 4 stap 3+4)
- eigen inbreng
Waar kun je informatie vandaan halen?
Samen zoektermen/sites inventariseren

Afspraak:
1 pagina printen per groepje: afbeeldingen en/of tekst kopiëren in Word bestand.

Verwerking:
De kinderen gaan zelfstandig of in tweetallen op zoek naar informatie op het internet. Beperkte tijd, dit betekent gericht zoeken! Gebruik je voorkennis.
De informatie wordt vervolgens gebruikt om de muurkrant vorm te geven.

Evaluatie: de muurkranten worden in het lokaal opgehangen. Samen met de leerlingen wordt gekeken of de informatie op de muurkranten klopt en compleet is.










zondag 13 oktober 2013

Dag 2: TPACK en Leiderschap

                 
Afgelopen woensdag was de tweede dag van mijn opleiding. En we zijn direct goed van start gegaan. Het was een dag vol theorie. In de ochtend hebben we aandacht besteed aan de diverse manieren van leiding geven. Waar er vroeger vaak sprake was van een lineair- ook wel top down- proces, is er in de 21e eeuw een ontwikkeling op gang gekomen waarbij er steeds meer inzicht kwam in het proces van leiding geven. Michael Fullan ontwierp daarop de Whole system approach: hierbij kun je de schakels in het proces in een cirkel zetten. Elke schakel is van belang: zit er ergens een blokkade, dan zal een verandering moeizaam te realiseren zijn.
Op welke manier je vervolgens een verandering wilt doorvoeren werd ons aan de hand van twee verschillende modellen geïllustreerd. We hebben ons verdiept in het Angelsaksisch model en het Rijnlands model. Deze modellen hebben we met elkaar vergeleken en situaties uit de praktijk erbij besproken. De conclusie is dat niet één van de twee modellen altijd toe te passen is: de ene situatie vraagt meer om gestuurde coaching, waar de andere situatie meer om invloed van alle betrokkenen vraagt. Ook zal van de persoon afhangen waar zij de voorkeur aan geven.


Angelsaksisch Model
Rijnlands Model
Basishouding
  • Snel doel bereiken
  • Resultaatgericht
  • Gezamenlijke overeenstemming
  • Procesgericht
  • Innovatief
Aansturing
  • Sturing van bovenaf: verandering wordt gestuurd door directie
  • Coaching van bovenaf: samen wordt gekeken naar mogelijkheden voor veranderingen
Professionele ruimte
  • Werknemer is uitvoerende macht
  • Weinig ruimte voor eigen inbreng
  • Werknemer wordt aangesproken op kwaliteiten: heeft actieve rol in proces
  • Veel ruimte voor eigen inbreng
Groeimogelijkheden
  • In bedrijfsleven: hoge pieken, diepe dalen. Beloning naar werk
  • In onderwijs: nvt
  • In bedrijfsleven: gezamenlijke verantwoordelijkheid betekent weinig persoonlijk belang
  • In onderwijs: kennisvergaring
Omgaan met fouten
  • Individualisme: iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen fouten en wordt hierop aangesproken
  • Gedeelde verantwoordelijkheid: geen persoonlijk slagen en falen
  • Leren van fouten, dit wordt meegenomen in proces
Voordelen
  • Snelle doorvoering van een verandering.
  • Persoonlijk gewin
  • Gezamenlijke inspraak
  • Gedeelde verantwoordelijkheid
  • Groter draagvlak verandering
Nadelen
  • Weerstand door werknemers
  • Geen samenwerking
  • Een verandering gaat niet snel,Door verschillende meningen kan er geen keuze worden gemaakt
  • Proces blijft hangen: niemand voelt zich eindverantwoordelijke

Het tweede deel van de dag stond in het teken van TPACK.

TPACK is een model waarin de verschillende competenties die beheerst moeten worden om ICT goed te integreren in het onderwijs in evenwicht zijn.

                              

Wanneer zowel pedagogisch handelen, inhoudelijke vakkennis als technologische kennis in evenwicht zijn, kun je spreken van juist ICT gebruik. Aan de hand van dit schema hebben we een aantal videofragmenten beoordeeld.

Via de 4 in balans-monitor van Kennisnet is veel informatie over ICT en onderwijs te vinden.    
        
                               

Wat ook goed is om mee te nemen, is het inzicht dat veranderingen met betrekking tot het gebruik van ICT in het onderwijs niet van de ene op de andere dag te realiseren zijn, mensen moeten zich ontwikkelen voor ze toe zijn aan deze stap. Dit is goed te zien in onderstaand schema:

                               

We hebben in de les het TPACK-spel gespeeld (ook te verkrijgen via Kennisnet en erg leuk om ook met het team te doen): van elke competentie wordt een kaartje met vorm gegeven, hierbij bedenk je een les. (Bijvoorbeeld: Pedagogy-ontdekkend leren, Content-Nederlandse literatuur, Technology-Tekenprogramma)

Praktijkopdracht: We moeten twee lessen ontwerpen waarbij op een juiste manier (TPACK) gebruik gemaakt wordt van ICT. Eén van deze lessen wordt ook in de praktijk uitgevoerd.

Al met al is dit een hele leerzame dag geweest. Het is goed om ook als niet- schoolleider inzicht te hebben in hoe je veranderingen op een positieve manier kunt introduceren en doorvoeren. Het is goed je vooraf te bedenken wat je doel is: gezamenlijke gedragenheid en verantwoordelijkheid kan de doorslag geven, maar ook een snelle doorvoering kan van belang zijn. Dit vergt dan een andere aanpak. Hier kunnen wij op mijn school zeker wat mee.
Ook is het goed om aan de hand van praktijkvoorbeelden zelf na te denken over hoe je ICT in de praktijk kunt invoeren. En hoe je andere leerkrachten zover krijgt ook actief deel te nemen aan deze ontwikkelingen.

Het was een dag vol theorie die goed aansluit bij mijn eigen praktijk.

woensdag 18 september 2013

Filmpje: De digitale uitdaging in het onderwijs

Dit filmpje van Sociaal Media Wijs laat naar mijn idee heel goed zien waarom het zo belangrijk is je als leerkracht te blijven verdiepen in nieuwe ontwikkelingen.

Dag 1: Kenismaken

Vandaag gestart met de post- HBO opleiding Onderwijs en Moderne Media. Spannend hoor, de schoolbanken weer in. Zeker als je dat gaat combineren met een fulltime baan als juf van groep 7. Maar wat heb ik er zin in. Vooral omdat ik denk en hoop dat hetgeen ik ga leren mij enorm gaat helpen bij de invulling van mijn taak als ICT-coördinator op school. Waar ik me voorheen toch vooral overal doorheen blufte, ga ik in de toekomst misschien met iets meer kennis van zaken het hele computergebeuren bij ons op school aanpakken. Daarbij lijkt het me ook echt een hele leuke groep mensen waarmee ik het komende jaar mag gaan werken.
De groep heeft zich aan elkaar voorgesteld via presentaties. En ik kom op mijn woorden terug: zelfs powerpoint kan heel hip zijn! Na nog wat informatie over de opleiding zelf gekregen te hebben, mochten we spelen! Allerlei apparaten lagen uitgestald om door ons uitgeprobeerd te worden. Daarna nog een mindmap gemaakt met Inspiration over wat je met deze apparaten in de klas zou kunnen doen.
Met een vol hoofd en een IPad voor me (tja, t blijft wel moderne media hè?!) sluit ik deze dag af. Nu al zin in de volgende keer!